11999090_10205889496809727_2180420965969282719_n

Waarom shoppen met niet-ideale maten de absolute hel is

De missie

Dé schoen deze herfst: de over-the-knee-boot. Te combineren met netkousen en een jurkje voor een hippe, vrouwelijke en tikje goedkope look. Niet iedereen is fan, ik wel! Vooral na het optreden van Little Mix op de ‘Teen Awards’ met hun nieuwe single Shout Out To My Ex (check it out!) was ik wild van de hoge laarzen. Ik wou ook sexy en zelfzeker en onafhankelijk lijken en deze trend ging me daarbij helpen. Alleen kwam ik al vlug tot het besef dat de zoektocht naar mijn nieuwe droomschoeisel niet meteen een eitje zou worden.

Het is namelijk zo dat yours truly zowel qua schoenmaat als qua bilomtrek nogal boven het gemiddelde zit. En wie zich in die situatie bevindt, daar zijn alle designers het roerend over eens, verdient geen mooie schoenen. Mij lijkt het vrij logisch dat een laars die bijna als broek kan functioneren ook wat het bovenstuk betreft in meerdere maten bestaat? Nope. Schoenmaat 36 tot 41, maar het bovenste deel blijft even “groot”. Nu, als ik u met mijn schrijfsels één les mag meegeven die u de rest van uw dagen dient te onthouden, is het deze: ondanks de etiketjes die u het tegendeel beloven… One size does NOT fit all.

Deze dan? Of deze?

Alleszins, there I was, tegen beter weten in op zoek naar de sleutel tot een succesvolle herfst: kniehoge laarzen. Wat vervolgens gebeurde was mij niet nieuw, dus ik maak er graag een algemene schets van. Ziehier mijn standaard shoppen-voor-laarzen-scenario:

Ik beland bij een winkel waar redelijk wat verschillende soorten botjes de etalage vullen. Misschien wordt het tóch een succes? Ik word benaderd door een verkoper/verkoopster (die ik voor mijn schrijf- en uw leesgemak vanaf nu Dimitri zal noemen). Ik leg uit dat ik “een redelijk breed model zoek” en Dimitri knikt begrijpend. Enkele ogenblikken later brengt hij me een eerste laars en mijn eerdere sprankel hoop verdwijnt als sneeuw voor de zon. Komaan, in dit ding kan ik mijn arm nog niet kwijt. Na 23 jaar shoppen kan ik een verloren zaak redelijk snel herkennen. Dimitri echter, weigert zijn nederlaag toe te geven en probeert me paar na paar na paar aan te smeren. “Deze vallen écht ruim!” Ik zweet, ik hijg, ik trek, ik sleur, ik duw, ik kreun… om dan keer op keer verslagen het hoofd te schudden. Dit is zó gênant.

Even overweeg ik om gewoon een mooi paar mee te nemen en niet meer te eten tot ik erin pas, maar let’s face it: zelfs als me dat ooit zou lukken, zijn die schoenen tegen die tijd al vier seizoenen uit de mode. Met iedere poging zie ik de levenslust in Dimitris ogen meer en meer uitdoven. Uiteindelijk concludeert hij wat ik al jaren weet maar weiger te aanvaarden: voor mensen als ik is er maar één soort laars. De donkerbruine, blokachtige, rekbare bottin waar je -tenzij op een paard- niet mee gezien wil worden. “Hmm nee, bedankt, maar dit is het toch niet helemaal”, mompel ik. Dimitri zegt het niet, maar ik zie wat hij denkt:  “Grappig hoe gij denkt dat ge nog steeds een keuze hebt, chubby”. Dimitri heeft gelijk. Beggars can’t be choosers.

I love naps in my tent

Want eerlijk, naast het feit dat schoenfabrikanten van mening zijn dat mensen die niet in het standaardmodel passen duidelijk over genoeg vetvoorraad beschikken om zonder warme laarzen de koude te trotseren, is er ook qua kleding aanzienlijk minder keuze voor iedereen boven maatje 40. Veel winkels lijken te denken dat die vrouwen zich op modevlak wel tevreden zullen stellen met een trui met opschrift à la “I love naps” en een legging met zonnebloemen. Er lijkt een omgekeerd evenredig verband te bestaan tussen iemands omtrek en diens recht op mooie kleren.

Sterker nog: wie volgens de maatschappij alle hulp voorbij is wat kledingmaat betreft, mag van geluk spreken als er voor hen nog kleren zijn. Mijn bompa vindt al sinds 1987 geen passende broeken meer en deze week nog hoorde ik van een vriend dat de verkoopster die zijn maten nam droogjes opmerkte dat ze “hemden verkoopt, geen tenten”. Wauw. De zoektocht naar kledij is voor mensen die buiten de ideale maten vallen al (komt ie) zwaar genoeg as it is, zonder dat degenen die betaald worden om te helpen dan ook nog eens de pretentieuze asswipe uit gaan hangen. Het grietje kon de volgende dag terecht op zoek naar een nieuw baantje.

Hot of huismoeder?

Hoewel mijn figuur in de “gewone winkels” nog nét getolereerd wordt, word ik er steeds weer mee geconfronteerd dat sommige outfits niet tot mijn opties behoren. Pas op, ik ben niet totaal gestoord. Ik weet best dat de crop top (hippe naam voor een topje tot boven de navel) niet voor mij is weggelegd. En neen, ik zal me niet snel zo’n aanpassend jurkje aanschaffen dat ieder grammetje vlees benadrukt. Hoewel ik vind dat iedereen moet dragen wat hij of zij wil, ongeacht of de rest van de wereld het “gepast” of “flatterend” vindt, zou ik mezelf in zoiets niet meteen toppie voelen. Ieder lichaamstype, of het nu klein of groot of dik of dun is, heeft plus- en minpunten die bepaalde kledingkeuzes een beter idee maken dan andere. Zo zal iedereen al wel eens een item op een paspop of in een magazine gespot hebben dat er op hun lichaam plots heel wat minder uitzag. Dat hoeft zeker niet altijd om iets extravagants te gaan. Ook heel simpele, onschuldig-uitziende combinaties kunnen totaal verkeerd uitdraaien.

Mijn meest recente voorbeeld? De it-girls van tegenwoordig worden de hemel in geprezen omdat ze zich vertonen in een mommy jeans en een simpel wit unisex t-shirt. Jongens, wat een toplook. Wanneer ik die toplook probeer, zie ik eruit als een kruising tussen een 24/7 masturberende gamer die voor het eerst in weken het huis verlaat omdat ie door z’n voorraad chips heen is en zo’n Amerikaanse huismoeder die met weinig anders haar dagen vult dan met tripjes naar Walmart en met het verspreiden van katholieke anti-same-sex-marriage-flyers. Geen van beide is exact waar ik op doelde, maar wat had ik dan gehoopt? Dacht ik met mijn bespottelijke 44 nu werkelijk ongestraft de look van de jetset te kunnen kopiëren? Hoe naïef kan je zijn. Dom dom dom.

Me and my boots

Eerlijkheidshalve moet ik wel mededelen dat mijn over-the-knee-boots-zoektocht een happy ending kende. Ik had het nooit durven dromen, maar ik heb ze gevonden. Van puur geluk schafte ik me dan ook maar ineens een tweede paar aan. Na die hele lijdensweg moet ik hen natuurlijk dragen tot ik erbij neerval. Al was het maar om aan mijn lotgenoten te tonen dat ze de hoop niet op mogen geven. Jaag uw dromen na, dames en heren. Want als ik kniehoge botten kan vinden, kan letterlijk alles. Fier zal ik door de straten flaneren. Dat ik eruitzie als een goedkope callgirl, deert me niet.

Tschüss,

G.X

16 gedachten over “Waarom shoppen met niet-ideale maten de absolute hel is

  1. Heel herkenbaar! Intussen ook een maatje 44 hier, maar zelfs vroeger, toen ik nog in een 36 kon, kon ik geen laarzen aan boven de knie. Ik heb namelijk een tijd lang aan competitiezwemmen gedaan, wat me vrij grote stevige kuiten opleverde. Zowat elke winkeljuffrouw was in shock toen bleek dat ik ondanks mijn fijn lijntje niet in die laarzen kon. Ik heb me er dan ook al lang bij neergelegd en ga steeds op zoek naar kortere modellen. En wees gerust: die bestaan ook sexy vorm 😉 Het is echter wel een feit dat de meeste ontwerpers een klein maatje voor ogen zien wanneer ze iets ontwerpen, erg jammer, want ook plus sizes kunnen er erg sexy uitzien als sommige ontwerpen niet simpelweg worden vergroot maar aangepast aan de verschillende vormen van het lichaam.

  2. Te herkenbaar.
    Wanneer ik enkellaarsjes pas, dan spannen die te hard aan mijn enkels & over die prachtige jeanstrends ga ik gewoon zwijgen. Weer zalig geschreven, Gladys.

  3. Je brengt meeen idee…een winkel starten met leuke en modieuze kleding, schoenen en accessoires…
    Chapeau voor je helder en grappig verslag;).

  4. Eeuwige liefde voor de verkoopster die het probleem zien en u niet in allerlei gedoe voor skinny-bitches-only willen hijsen en met dingen komen die wél passen. Na de nervous breakdown van zaterdag, incl traantjes wegvegen in paskot, had ik zondag zo’n verkoopster. Ik heb haar mijn liefde verklaard.

  5. Ik heb lang geturnd als kind en dat zie je aan mijn kuiten. Een lange laars is sowieso voor mij zeer moeilijk te vinden. Ik heb ooit 1 paar gevonden, maar toen ik de opmerking kreeg dat ik precies de botten van Betty uit Big Brother aanhad, heb ik ze rap weggesmeten :-). Wat kledij betreft, snap ik soms niet hoe maten ingedeeld worden. In de ene winkel kan ik perfect een bloesje in maat 40 aan, terwijl ik 2 winkels verder mijn boezem niet in een maat 44 krijg. Zo frustrerend!

  6. En ik snap dat ook totaal niet. Commercieel gezien dan, want de groep vrouwen die groter is dan gemiddeld en meer omvang heeft dan gemiddeld, wordt alleen maar (tja) omvangrijker in de toekomst. Als ik ondernemer was, ik wist het wel. Gat in de markt enzo.

  7. Zalig om te lezen en (helaas) zo herkenbaar…
    Ikzelf kan niet terecht in de “doorsnee kledingwinkel”. En als de “doorsnee kledingwinkel” dan een collectie heeft voor grote maten, dan is het al te vaak in stofjes waarin elke ronding die we liever niet willen laten zien extra in de verf gezet wordt! Super geschreven, zalig om te lezen!

    1. Ik heb de mijne gekocht bij New Look. Zo van die mooie, stevige, leren laarzen zijn voor mij echt onvindbaar, denk ik. Ik heb het dan maar gehouden op daim, die rekken namelijk veel meer. Probleem daarmee is wel: ze zakken af 🙂 Nu dat weer…

  8. Ik heb niet voor niks een hekel aan winkelen (de laatste jaren: vroeger met maatje 38 verliep dat helemaal anders … ) . Onlangs moést ik gewoon want na 5 jaar was mijn winterjas toch echt aan vervanging toe, maar een mooie, elegante, warme, fietsvriendelijke en betaalbare jas vinden in maatje 46 is niet evident. Ik had er speciaal een dag verlof voor gepakt en me mentaal voorbereid op een halve dag winkel in winkel uit tjokken alwaar ik de éne prachtige jas na de andere zou proberen over mijn lijf te draperen, tevergeefs uiteraard. Maar ik was vastbesloten: ik moest en zou naar huis gaan met een jas en ik zou er wellicht niet 100% content mee zijn maar toch hopelijk een niet al te lelijke min of meer passende jas vinden.
    Na 20 minuten rondstruinen langs etalages stapte ik een winkel binnen en vond ik de eerste jas die ik zou passen.
    En toen gebeurde er een mirakel: hij paste én hij was mooi! De eerste jas die ik aan had! Ik stamelde tegen de verkoopster dat ik dat echt niet verwacht had en vroeg haar wat ik nu de rest van de dag zou moeten doen omdat ik veel sneller klaar was met winkelen dan verwacht.

    Ik heb dus die jas onmiddellijk gekocht en heb zelfs niet meer de moeite gedaan om verder te zoeken in de wetenschap dat dit echt gewoon een gelukstreffer was en ik niet ineens een stad vol mooie jassen in betaalbare maten zou vinden. Want ik moet inderdaad altijd lang zoeken om iets te vinden wat me past en vaak genoegen nemen met dat éne wat past ipv met hetgeen ik echt erg mooi vind. Keuze heb ik namelijk zelden of nooit. Het is meestal: het past of het past niet. Punt.

    1. Inderdaad! Nu, wat dagelijkse kledij betreft: ik heb wel keuze in de “gewone” winkels, al is het aanbod kleiner dan iemand die met maatje 38 kan pronken. Jassen daarentegen zijn echt iedere keer opnieuw een hele missie. Meestal zijn ze dan te groot aan mijn schouders en armen, maar gaan ze amper toe rond de borststreek… Vreselijk. Goed dat je zoveel geluk had! 🙂

Geef een reactie