Not sure if ignorant…or just hella rude.

Deze week deed ik bardienst in het theater waar ik speel. Op zich niet zo bijzonder. Omdat kleinere theaters meestal niet over de middelen beschikken om personeel in te huren, worden bardiensten verdeeld onder de acteurs. Samenwerken met mensen die intussen vrienden zijn, contact houden met zowel de andere acteurs als de toeschouwers én op de hoogte blijven van de laatste nieuwe intriges… ik vind dat altijd een toffe bezigheid. Of toch bijna altijd.

Het theater was afgehuurd door een grote groep en was dus tot de nok gevuld. Al snel werd duidelijk dat het hier om redelijk ongeremde luitjes ging die eerder gekomen waren om gezellig wat pintjes achterover te slaan dan om zichzelf cultuur bij te brengen. Geen probleem en zeer goed voor de kassa, maar voor de mensen achter de bar betekent zo’n avond natuurlijk travakken. Als een ervaren bartender vloog ik over de vloer en jongleerde ik haast met glazen en flesjes, terwijl ik de mensen nog steeds op de meest vriendelijke wijze te woord stond. Helaas hadden zij andere plannen.

Toen de voorstelling al zo’n twintig minuten bezig was en we aan het bekomen waren van de chaos van eerder die avond, kwam een man de bar binnen om te melden dat hij te laat was (wat we intussen zelf al hadden opgemerkt) en dat hij graag naar de zaal begeleid zou worden. Aangezien ik zelf krankzinnig word van mensen die te laat op een voorstelling of in de cinema aankomen en dan met het lichtje van hun gsm op zoek gaan naar de stoel die het meest aan hun eisen voldoet ­– kom toch gewoon op tijd of blijf thuis – vond ik deze vraag al redelijk bizar. Helemaal straf werd het wanneer hij bij mijn collega informeerde of wij een “chargeur” ter beschikking hadden (serieus, een chargeur) en of we “zenne frak is ni zouden aanpakken” omdat de vestiaire natuurlijk al gesloten was. Vijf minuten later arriveerde een tweede man en weer wat later een vrouw. Zij eiste eerst dringend een glas wijn dat ze zelf van mijn werkblad grabbelde en begaf zich naar de zaal op het moment dat zij daar behoefte aan had. Mijn vriendinnetje achter de bar zag eruit alsof ze ieder moment vuur kon spuwen.

De pauze verliep ook niet zonder slag of stoot. Hoewel ik zichtbaar met drie bestellingen tegelijk bezig was, achtten enkele aanwezigen het nodig er nog een paar bij te lappen. “Juffra! JUFFRA!” brulden ze. Ik verzocht hen, nog steeds met de glimlach, eventjes geduld te oefenen. Toen het tweede deel moest beginnen, klonk het signaal om terug naar de zaal te keren. Enkele figuren lieten zich echter niet de les spellen en bleven na drie belsignalen en enkele oproepen van mijn collega nog steeds hevig tateren. Toen ik hen zei dat we “indien het voor hen past, natuurlijk, graag verder zouden gaan”, keken ze me aan alsof ik volledig knettergek was. En wanneer ik die avond op een bepaald moment een glas rode wijn in mijn handen gestompt kreeg omdat het “toch wel één à twee slokjes te vol was”, wilde ik het hele glas het liefst over die mans hemelblauwe polo gieten óf er zelf een flinke slok van nemen en het hem zelfvoldaan weer overhandigen. Helaas was ik te verrast (en stond de voorzitter op enkele meters van mij), maar volgende keer doe ik het écht.

Enkele maanden eerder had ik trouwens ook al eens zo’n wijnfiasco. Een vrouw gaf me de wind van voren omdat ik in het heetst van de strijd haar bestelling vergeten was. Oké, mijn fout, maar een rustige “Excuseer, u vergat mijn wijntjes” was voor deze dame totaal geen optie. Met denigrerende blik beet ze me toe dat ze een bestelling had geplaatst en “of dat hier de normale gang van zaken was misschien”. Ze bleef me, in plaats van haar bestelling te herhalen, aankijken alsof ik net haar huisdier had gemold en wachtte tot ik het me weer zou herinneren. Hoewel ik vermoedde dat het inderdaad om twee rode wijntjes ging, durfde ik geen woord meer uitbrengen uit angst een verkeerde gok te wagen. De mede-acteur die toen mee achter de bar stond, vond het hele voorval schitterend en deed er al grijnzend nog een schepje bovenop (thanks a lot), maar ik was totaal uit mijn lood geslagen.

Men zou denken dat ik na meer dan elf maanden in Berlijn wel ongeveer alles gezien heb op vlak van onbeschoft gedrag, maar nog steeds verbaast het me hoe mensen zich zo arrogant kunnen opstellen. We leven blijkbaar in een wereld waar het normaal is om kassamedewerkers te beledigen, leerkrachten uit te schelden met woordenschat waar ik op die leeftijd niet eens over beschikte, onze drankjes op de vloer uit te kappen omdat “de kuisvrouwen daar toch voor betaald worden zeker” en mensen die geheel vrijwillig de bar van een theater bemannen, te behandelen als slaafjes. Wel, ik vind dat absoluut niet normaal en kan in zulke gevallen alleen maar plaatsvervangende schaamte ervaren.

Hoewel ik in het verleden ook al wel eens “al lachend” het verwijt kreeg een pretentieuze feeks te zijn, kan ik me niet herinneren dat ik ooit iemand op die manier behandeld heb. Ja, soms duurt het lang in de winkel. Ja, soms moet je zes keer terugbellen en is er dan nog steeds iets mis met je technische apparatuur. Ja, soms stelt het personeel in het Kruidvat ook mijn geduld op de proef (sorry, maar die mensen slepen nu toch wel echt de meest-onvriendelijke-personeelsprijs in de wacht). Maar is dat allemaal een reden om ons te gaan gedragen als losgeslagen beesten die voor het eerst in de maatschappij terechtkomen? Sommige jongeren lijken geen enkele vorm van opvoeding genoten te hebben. Maar vooraleer we de “de-jeugd-van-tegenwoordig-kaart” trekken: ook de oudere generatie kan serieus de azijnpisser uithangen.

Ik zou iedereen dus willen aansporen om een beetje vriendelijk te zijn tegen mensen die ook maar gewoon hun job doen. Normaal doen kost nog steeds niets. Misschien kan er zelfs een klein lachje bij?

Verder is iedereen ook van harte uitgenodigd voor ‘Lili en Marleen’, de voorstelling die binnenkort in ons theater loopt. Ik zeg wel: de eerste die begint te zeuren over rode wijn, kan vertrekken.

 

Geef een reactie