18423883_10210356970173769_9193094281281552243_n

Paris is always a good idea…. if you hate yourself.

“Wat zou ge in godsnaam in Parijs gaan zoeken? Die stad suckt”, aldus de reactie van mijn beste vriendin wanneer ik haar vertelde dat ik de Franse hoofdstad graag nog eens zou bezoeken. Hoe kan dat nu, vroeg ik me af. Parijs is toch de stad van licht, liefde, literatuur en mode? Koppig boekte ik mezelf een (gelukkig spotgoedkoop) tripje en met mijn trolley vol barets en gestreepte bloesjes voor een complete ‘Parisienne Chic’ look – letterlijk niemand loopt er daar zo bij, zo blijkt- stapte ik de trein op (wat trouwens ook een echte giller was, dat verhaal volgt nog). Drie dagen later kon ik alleen maar concluderen: the girl was right. Die stad suckt echt.

Hop on, hop off, and get the fuck out

Allereerst moet ik even vermelden dat dit niet mijn eerste bezoek aan Parijs was. In het vijfde middelbaar ging ik er al eens op schoolreis en toen vond ik het wél leuk. Ik kan nu dus bevestigen dat dat vooral met het gezelschap te maken had. Op stap met mijn beste vrienden en overenthousiaste begeleiders, ik vond het dolletjes. Toegegeven, Parijs telt ook best wat indrukwekkende bezienswaardigheden. Voor een eerste bezoek dat vooral bestaat uit musea en sightseeing, is het nog wel oké. Dat was ook de opzet van dat reisje met school, waardoor ik me niet echt bewust werd van het karakter van de stad. Of het gebrek eraan. Ik had nooit gedacht dat ik dit ooit zou zeggen, maar in het geval van Parijs lijkt een Hop on, hop offbus me nog niet zo’n slecht idee. Snel de belangrijkste dingen gaan spotten, en wegwezen.

Een weekendje Parijs: voor wie het thuis allemaal nog niet louche genoeg vindt

Mijn bedoeling was echter om tijdens dit tweede tripje de sfeer op te snuiven, door gezellige straatjes te struinen en in charmante Franse bistro’s te gaan dineren. Nou, viel dat even tegen. Ik ben enorm blij dat ik mijn overenthousiaste zelf deze ene keer in bedwang wist te houden en dat ik maar drie dagen Parijs had geboekt. Meestal ga ik een week of langer op citytrip. Ik zou mezelf verzopen hebben in de Seine. No joke.

Sfeer? Als je het sfeervol vindt om constant belaagd te worden door lelijke, agressieve en handtastelijke mannen die met illegaal geïmporteerde sleutelhangers liggen leuren en waar je niet aan kan ontsnappen tenzij je enkele judomoves bovenhaalt waar de gemiddelde zwarte gordel jaloers op zou zijn, ja, dan hangt er een topsfeertje. Natuurlijk heeft iedere grootstad overdreven toeristische buurten waar ze de meest crappy souvenirs naar je kop gooien, maar dit was toch wel next level. En voor de misnoegde Parijsliefhebbers die nu al klaarzitten om enkele bijdehande reacties neer te typen zoals: “Je bent sowieso niet in de juiste wijk geweest, je hebt sowieso enkel op de Champs-Elysees gehangen en niet eens de moeite gedaan om iets anders te ontdekken, je hebt sowieso enkel de toeristische dingen gedaan want zo gaat dat met die mainstream toeristen die niks anders doen dan naar McDonalds en Starbucks gaan en alle moraal opzij zetten om toch maar deel te kunnen nemen aan die verdomde huidige wegwerpcultuur en schaamteloos bijdragen tot het kapitalisme en…” calm your tits. Ik heb meer dan genoeg buurten gecheckt om weloverwogen te kunnen stellen dat iedereen die van Parijs houdt, knettergek is.

Geef mij maar kartonnen pretparksteden

Vergeleken met bijvoorbeeld Berlijn of Londen, waar iedere wijk een eigen karakter en een eigen vibe heeft, vind ik Parijs louche, vuil en ongezellig. Het aanbod aan restaurants en bars blijft er beperkt tot spuuglelijke tavernes waar de minimumleeftijd 103 is, en nachtwinkels. Oké nee, ik lieg. Samen met twee vrienden die daar toevallig ook waren, heb ik wel een geweldig leuke avond beleefd in het Hard Rock Café. Zie je wel: leve het kapitalisme!

Vroeger, in de jaren twintig, toen schrijvers als Fitzgerald, Hemingway en Stein er in knusse cafeetjes samenkwamen om elkaars werk te bespreken, moet het best aangenaam zijn geweest om hier te vertoeven. Anno 2017 krijg ik een warmer gevoel van de “Parijsachtige” plastic namaakgevels om en rond de Ratatouilleattractie in freakin’ Disneyland Parijs, dan van de eigenlijke stad. Ze spelen er romantische muziek, er is een toffe bistro, je kan er ook lachwekkend veel geld uitgeven en je wordt er niet aangerand door vijf zwarte mannen. Mooi toch?

De “kunstwijk”

Op dag twee zette ik de klim naar de Sacré-Coeur in. Misschien zou een wandeling door kunstenaarswijk Montmartre me wel kunnen charmeren? LOL. Blijkbaar ben ik een complete idioot, want ik dacht altijd dat de definitie van kunst iets anders was dan “een hoopje illegalen die aan misselijkmakende prijzen tekeningen van naïeve toeristen maken, terwijl ze met één oog in de gaten houden of er politie passeert, zodat ze de hele handel zo snel mogelijk kunnen opdoeken”. Dom dom dom. Het uitzicht boven is trouwens ook niet echt om over naar huis te pennen. Het kan erger, maar in vergelijking met andere steden (Londen, om maar iets te noemen) vond ik het toch maar droevig. Nu goed, al bij al is het wel een leuk plekje om te chillen. Wel even die tweehonderd naar-zweet-en-onheil-ruikende mannen wegdenken die je iedere tweeënhalve seconde een flesje Heineken proberen te verlappen, maar als je dat kan negeren: puur genieten. (On a more positive note: de kans is groot dat die flesjes bier effectief nog uit de tijd van Gertrude Stein dateren.)

Thank God for a dead Oscar Wilde

Het enige wat me positief verbaasde: hoe sympathiek de Parijzenaars waren. Of toch degenen die op een legale manier de kost verdienen. Ik sta niet meteen bekend als liefhebber van de Franse taal en nog minder van haar sprekers, maar ik moet toegeven dat ik overal enorm vriendelijk werd behandeld. Nochtans, dat denk ik toch. Mijn Frans is de laatste jaren zo enorm verslechterd, god knows wat die mensen zeiden.

Het absolute hoogtepunt blijft voor mij Père-Lachaise, waar ik enkele uren bij het graf van Oscar Wilde spendeerde. Ik vind het altijd rustgevend om op vakantie op oude kerkhoven te wandelen, dus zo vreemd is dat niet. Toch was zelfs voor mij was de realisatie dat ik mijn tijd liever doorbracht bij enkele verteerde lijven van schrijvers dan in de rest van de stad, een teken dat dit weleens de laatste keer Parijs zou kunnen zijn. Toen ik dan ook nog eens twee grieten met lippenstift een kusafdruk op Oscars graf zag zetten -ondanks de vele bordjes met smeekbedes om dat niet te doen- was ik er helemaal klaar mee. Er stonden bovendien kusafdrukken van eerdere bezoekers op plaatsen die je onmogelijk kan bereiken zonder op de omliggende graven te gaan staan. TE.GAAN.STAAN. Ik kan begrijpen dat Parijs het slechtste in een mens naar boven haalt, maar komaan, who does that? Ik wenste al die respectloze trochels toe dat ze eeuwig zouden branden in de hel, maar toen bedacht ik me dat ik niet religieus ben en moest ik iets ergers bedenken: ik wens hen een leven lang Parijs toe. Nah.

Ik ga naar Parijs en ik neem mee… Motilium

Het is een gekend fenomeen, het “Parijssyndroom”. Toeristen, vooral Japanners, die zich aan een Amélie Poulain meets Coco Chanelsetting verwachten en zelfs fysieke klachten zoals misselijkheid ervaren wanneer ze tot het besef komen dat ze hun beeld ietwat moeten bijstellen; dat het iets minder ‘Café au lait en trendy boetiekjes” is en iets meer “Pisgeur en overpriced rommel van de zwarte markt”. Zeggen dat Parijs je doet spauwen is misschien toch een beetje overdreven. Hoewel, als ik een Japanner was die massa’s geld had gedokt om naar de andere kant van de wereld te vliegen voor een reis door Europa met dit als climax, zou ik me ook niet bepaald lekker voelen.

Als er iets is wat ik tijdens die drie dagen geleerd heb, is het wel dat je de steden die wél draaglijk zijn, moet koesteren. Het zal dan ook niemand verbazen dat ik mezelf bij thuiskomst meteen een reisje Londen heb gepland. Kwestie van deze donkere episode snel te vergeten. En het dichtst dat ik ooit nog in de buurt van Parijs zal komen, is voor een weekendje met Mickey en Minnie.

 

5 gedachten over “Paris is always a good idea…. if you hate yourself.

  1. Mijn vriend gaat helemaal akkoord. 🙂 Ik sta eerder neutraal tegenover Parijs, al begrijp ik je wel. Momenteel zijn wij in Kopenhagen (lekker lang, ik schreef zelf onlangs nog over slow citytriping) en hier zien we echt amper straatverkopers. Echt een aangename stad. 🙂

  2. Ik was een jaar of 5 geleden voor het laatst in Parijs en ben gelukkig grotendeels aan die verkopers ontsnapt, al zijn we wel bijna bestolen op de metro. Het was in een zeer kalme periode in het najaar, misschien dat dat hielp om minder lastiggevallen te worden. Maar het schijnt dat het sindsdien veel erger geworden is en dat blijkt ook uit je blog. Ik heb er ook een vliegende hekel aan en ik snap volkomen dat het je vakantie vergalt heeft. Ken je dat programma ‘Axel opgelicht’? Parijs kwam daar ook echt niet goed uit.

  3. Waarom ben je niet gewoon drie dagen in het Louvre gaan vertoeven? Na drie dagen was je er waarschijnlijk nog niet klaar. Elke dag een nieuw kunsttijdvak binnenstappen en verdrinken in de fantasie van elk kunstwerk om dan te besluiten in de zaal waar de Mona Lisa staat. Nee, niet voor dat microscopisch gedrocht van een schilderij dat – volgens een recent pseudo-wetenschappelijk artikel – ofwel de slettenbak van Firenze afbeeldt, ofwel de vrouw die het onfortuinlijke gevolg van een van haar man’s avonturen moest dragen, namelijk syfilis. Nee, werp het een verwerpelijke blik zoals weinigen je dat nadoen en draai je om, om dan een reusachtig schilderij aan de andere wand te bewonderen. Ik zeg het je: het Louvre!

Geef een reactie