OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Sorry seems to be the hardest word

Enkele posts geleden had ik het over vriendschappen die op een pijnlijke manier eindigen. Omdat ik daar de afgelopen weken een beetje mee in mijn hoofd zat, besloot ik toenadering te zoeken tot één van die ex-best friends. Ik stelde een berichtje op waarin ik zei dat ik hoopte dat we na al die tijd de dingen iets meer konden relativeren. Ik vertelde dat ik besefte dat we beiden fouten hadden gemaakt, dat ik het jammer vond dat alles zo was gelopen en dat ik hoopte dat het hem goed ging. Uiteraard verwachtte ik geen sprookjesachtige verzoening, maar ik was ervan overtuigd dat we de dingen ondertussen vanuit een ander perspectief konden bekijken en dat we ooit misschien weer op een fatsoenlijke manier met elkaar konden omgaan. Hij antwoordde dat ik een egoïstische klootzak ben en dat ik blij mocht zijn dat hij het nog zo beleefd verwoordde, want dat hij geen vriendelijkere termen kon bedenken om mij mee te beschrijven. Okay…he sure can hold a grudge. Tot zover dat relativeren.

You pretentious piece of shit. Dat was mijn eerste reactie. Overmand door verontwaardiging en woede (serieus, hij sprak me aan met “gast”? Niet doen) was dat dan ook exact wat ik terugkaatste. Oeps. Ik voelde me redelijk vernederd, want tenslotte had ik een knieval gedaan en gedroeg hij zich als een soort van halfgod die niet kon geloven dat deze ordinaire sterveling hem probeerde te benaderen. Maar hoewel ik eerst spijt had van mijn bericht, bedacht ik me al snel dat ik niet degene was die zich slecht moest voelen. Ik was wel degelijk the bigger person geweest en hoewel hij wanhopig probeerde te laten blijken dat hij het verleden had losgelaten, kon ik uit zijn reactie alleen frustratie afleiden. Ondanks dat mijn vredesvoorstel niet bepaald positief onthaald werd, heb ik mijn best gedaan. En wat die ex-best friend betreft, wens ik hem en zijn haatdragende karakter het allerbeste toe.

Want dát is nu net de conclusie waar ik toe gekomen ben: ik koester geen wrok, tegenover niemand. Technisch bekeken zijn er een heleboel mensen waar ik boos op zou kunnen zijn: vrienden die me lieten staan, leerkrachten die zeiden dat ik nooit iets zou bereiken, ouders die niet altijd even goed hun best deden, interim-medewerkers die nooit terugbelden en jongens die mijn hart braken. Natuurlijk voelen we ons allemaal wel eens serieus in de zeik genomen. Het is dan ook perfect normaal om eventjes nijdig te zijn. Als ik een euro moest krijgen voor iedere keer dat ik iemand de cholera had toegewenst, zou ik oneindig lang zwemmen in het geld. Zulke woede-uitbarstingen worden echter gevoed door een gevoel van onmacht dat meestal even snel verdwijnt als het gekomen is. Dus, eens de gemoederen bedaard, ben ik volledig vrij van haatgevoelens. Het is best belangrijk om daarnaar te streven, vind ik. Ik ben ervan overtuigd dat, zolang je op wraak blijft zinnen, je niet verder kan. Hoewel woede je in eerste instantie een vals gevoel van macht kan geven (kwaad zijn is zooooveel makkelijker dan gekwetst zijn), helpt het je eigenlijk geen stap vooruit. Uiteindelijk is er nog maar één iemand die lijdt onder die rancune: jijzelf.

Vergeven doe je dus in de eerste plaats voor jezelf. Omdat je je er écht beter door voelt. Je kan het gedrag van anderen niet bepalen. Je kan niet altijd voorkomen dat iemand je onrecht aandoet. Wat je wél zelf kan kiezen, is in hoeverre je in die negatieve gevoelens blijft hangen. Maar goed, voor het hier op de rubriek van een of andere zweefteef begint te lijken: ik ben ook geen heilig bezeke. Ongetwijfeld heb ik zelf al een handjevol arme stakkers mateloos gefrustreerd en misschien hebben enkelen mij zelfs al de cholera toegewenst. Ik probeer het echt wel hoor; sorry zeggen. Maar verdekke, wat is dat toch moeilijk hé? Iemand je oprechte excuses aanbieden gaat hoe dan ook gepaard met een soort kwetsbaarheid en met het risico de laan te worden uitgestuurd. Hoe dan ook vind ik het zeker het proberen waard, al is het maar om met jezelf in het reine te komen.

Natuurlijk verwacht niemand dat je met iedereen die je ooit pijn hebt gedaan schoon schip gaat maken. Je hoeft je heus niet schuldig te voelen omdat je eens met iemands mislukte kapsel hebt zitten gniffelen. Bovendien is het vrijwel onmogelijk om over alles zomaar de spons te vegen. Sommige mensen hangen gewoon echt de foemp uit. In dat soort situaties probeer ik de neiging om asap de ultieme wraakactie op poten te zetten te onderdrukken en troost ik mezelf met de gedachte dat karma vroeg of laat haar werk wel zal doen. Ik weet niet of ik daar echt in geloof, maar ooit lachte ik een ietwat sullig klasgenootje uit omdat ze een gezwollen oog had en de volgende ochtend werd ik wakker met een drie-keer-zo-grote kastaar op mijn wezen. Geen grap.

Af en toe kunnen we jammer genoeg niet wachten op Miss Karma (ik stel me daar wel een vrouw bij voor, ja) en zijn we gewoon veel te pissed voor al die let-it-go-crap. Mijn vriendinnetje zag ooit op een feestje de jongen terug die op haar hartje had getrapt en ze plaste in zijn pint. Ja, dat is kinderachtig. Ja, dat is ranzig. Maar Oh My God, wat moet dat goed gevoeld hebben toen die etterbuil daarna zelfingenomen van zijn pilsje stond te nippen. Jah, we zijn natuurlijk ook maar mensen en iedereen sluit de zaken op een andere manier af. En soms, héél soms, is wraak gewoon té zoet om te laten liggen.

Geef een reactie